Scheepsverhalen van "Toen"

 


 

SCHEEPSVERHALEN VAN ‘TOEN’

Opvallend veel leden van de Compagniezangers zijn sinds de beginperiode lid van het koor.
Twee van hen vertellen over de tijd dat het allemaal begon en wat zij hebben meegemaakt.

In café ‘Het Bruine Bakkie’ op de Nieuwstraat vond de allereerste repetitieavond van de Compagniezangers plaats. Ben Hettinga, destijds eigenaar van het café, vertelt over deze tijd: ‘Arend Jansen was een graag geziene gast bij ons. Hij hield van de schipperssfeer in ons café en vroeg of er bij ons gerepeteerd kon worden. Ik vond dit prima en heb mezelf bovendien direct bij het koor aangesloten.’

Aanstekelijk enthousiasme
Sjaak van Ophem was ook vanaf de eerste avond aanwezig. Zowel hij als Ben benadrukken het aanstekelijke enthousiasme van de toenmalige dirigent, Ton de Brouwer. Sjaak vertelt: ‘Ton stond te dirigeren achter de tap. Af en toe riep hij stop! en tapte dan een biertje tussendoor voor iedereen.’ Ben vult aan: ‘Het was de sfeer van ouwe jongens krentenbrood die ervoor zorgde dat iedereen het ontzettend naar zijn zin had. Die sfeer is trouwens door de jaren heen altijd hetzelfde gebleven.’

Populair
Begin jaren ’90 waren Shantykoren erg populair in binnen- en buitenland. Er kwamen steeds meer koren bij en de Compagniezangers werden steeds professioneler. Er waren inmiddels statuten opgemaakt en het koor was aangesloten bij de ISA, het overkoepelend orgaan in Rotterdam. Binnen- en buitenlandse plaatsen werden aangedaan. Sjaak vond dit de mooiste tijd van het koor en vertelt: ‘Zien hoe alles opgebouwd werd. Alles was nieuw voor ons. De optredens in Engeland, op de Hiswa en Sail Delfzijl. De kennismaking met Shanty Jack. Het was altijd feest, eerst optreden en daarna de gezelligheid tot diep in de nacht.’

Optredens
Ben haakt in: ‘In Hull waren we ondergebracht op verschillende locaties voor de overnachting. Toen ik na een optreden over de haven liep (ik sliep op een antiek zeilschip) kwam ik een kapitein in nood tegen. De bemanning had hem aan zijn voeten in de mast gehangen. Diezelfde nacht werden meer kwajongensstreken uitgehaald. Met een slang het dek natgespoten en de motor van een schip gestart. We hadden lol voor tien!’.

Sjaak: ‘Ik sliep tijdens Sail Delfzijl een soort jeugdherberg. Ik weet nog goed dat er één lid van het koor wel was gekomen, maar zich van te voren niet had aangemeld. De verstekeling ging wat eerder naar huis dan de rest en nam lekker plaats op een leeg stretchertje. Toen wij vervolgens om een uur of 5 à 6 arriveerden, slopen we muisstil en in het donker richting onze bedden. Jan van der Lee dook in zijn bedje en schrok zich wild! Hij gaf toch een brul. Iedereen wakker natuurlijk en een heleboel commotie en hilariteit in die slaapzaal.’

En zo zijn er nog veel meer verhalen te vertellen. Over de zeemeermin die voor het eerste affiche werd gefotografeerd in de armen van René Groot. Over Niek Commandeur het oudste lid, maar wel de gangmaker van het stel. Over een koorlid dat wilde slapen, maar ongeveer twintig feestende mannen om zijn bed had zitten in de kajuit. Over het speciale ontvangst op Wangerooge, het optreden voor de commissaris van de koningin van Friesland en de vele andere bijzondere optredens in binnen- en buitenland.

Sjaak sluit af: ‘het waren keer op keer belevenissen die je nooit meer zult meemaken, een tijd met een gouden randje.’